Warning: A non-numeric value encountered in /home/stud2676/public_html/cobusinzijnfokus.nl/wp-content/themes/Divi 2/functions.php on line 5806

Cobus is na een weekje AMC weer thuis en het gaat, naar omstandigheden, uitstekend. De geopereerde wond geneest voorspoedig en mijn artsen zijn heel positief over de vooruitgang die de wond in korte tijd heeft gemaakt.
Toch had Cobus vorige week ineens een dip. Ik bleek te zijn vergiftigd door onze plaatselijke Chinees bij het Augustinuspark. De Chinese kok had mijn kip waarschijnlijk vergeten terug te stoppen in de koelkast, want na het nuttigen van gerecht 124 werd ik zo ziek, dat ik even niet meer wist waar ik het zoeken moest. Gevolg: drie dagen gal spugen en grote schuimbellen, die mijn oren uitkwamen. Misselijkheid met een dwarslaesie is echt geen pretje. Echt lekker spugen is er niet bij. Ik vind dat iedere dwarslaesie recht heeft op een aantal sta-momenten in zijn leven en overgeven is zo’n moment. Gelukkig knapte ik na drie dagen weer een beetje op, al bleef mijn maag de ergste maagzuren richting mijn slokdarm sturen, wat heel erg pijn deed. Julie begrijpen dat Cobus zich heeft aangesloten bij de “Nina Nina China”, actie van Erik van Muiswinkel en Jeroen van Merwijk. Boycotten die spelen!!!

Inmiddels is Cobus weer de oude en kan ik rustig terugkijken op mijn ziekenhuisopname in het Amsterdamse AMC.

Op woensdagmorgen 4 maart  lig ik al een tijdje te wachten op de ambulance die mij naar het AMC zal brengen. Het is schijnbaar druk, aangezien de om half elf bestelde ziekenwagen om elf uur, in nog geen velden of wegen te bekennen is. De laatste maanden ben ik al tientallen keren vervoerd in deze comfortabele voertuigen van de GG & GD en ik moet zeggen; over het algemeen zijn deze ritjes een welkome onderbreking van mijn dagelijkse bedsleur. Het ambulancepersoneel, ik ken er inmiddels al heel wat, er zit zelfs een oud klasgenoot van mij tussen, komen altijd met z’n tweeën, plus een brancard, waar ik (de patiënt) op moet liggen tijdens de rit in de ambulance. Voor de brancard loopt altijd de wat joviale chauffeur, die direct wordt gevolgd door de altijd wat timide verpleegkundige. Nadat de heren of dames, die tegenwoordig gekleed gaan in een fel fluorescerende geel/groene combinatie, zich hebben voorgesteld, schuiven zij mij professioneel op de brancard en word ik behendig de gele Chevrolet ingeschoven. Nadat de broeders mijn moeder met veel zorg voorin de ambulance hebben geholpen, neemt de iet wat timide verpleegkundige plaats aan het hoofd van de brancard, naast mij in de auto. Terwijl de chauffeur de ambulance langzaam in beweging zet, (nee, geen gierende banden met gillende zwaailichten en sirenes, dat is streng verboden op dit soort ritjes) neemt de verpleegkundige mijn gegevens door en plakt deze op zijn ritformulier, zodat deze rit, ter waarde van ongeveer vierhonderd euro, door mijn verzekering is gedekt.
De rit van mijn huis naar het AMC duurt ongeveer twintig minuten. Precies genoeg voor de verpleegkundige om Cobus even uit de horen over mijn situatie. “Ongeluk gehad?” klinkt het ineens naast me, nadat al het papierwerk is gedaan. “Ja, uit een stapelbed gevallen”, laat ik, er door al die ritjes inmiddels automatisch op volgen, om vervolgens altijd in de verschrikte ogen van de verpleegkundige te kijken, die er meestal van uitgaat dat ik in ondiep water ben gedoken en deze onverwachte wending in zijn gedachtegang bijna niet kan bevatten. Nadat mijn ongeluk uitgebreid is besproken, is er nog net tijd om de rest van mijn leven door te nemen, want natuurlijk vragen zij zich af hoe ik mijn dagelijkse leven heb ingericht en of dat leven, ondanks mijn hoge dwarslaesie, nog wel een beetje de moeite waard is. Op dat moment zie ik de twee torens van het AMC, vanuit mijn ooghoek opduiken, ten teken dat ons gesprek beëindigd is, en niet veel later rijdt de ambulance de garage van de spoedeisende hulp binnen en ben ik weer veilig op de plaats van bestemming aangekomen..
De medische pretfabriek in Zuid-Oost blijft altijd imponeren. Niet alleen van buiten is het groot en kolossaal, ook eenmaal binnen maken de lange gangen vol kunst, de verpleegtorens, de vele liften, de verschillende afdelingen en al die mensen, al dan niet in witte jassen, grote indruk. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de twee grote pleinen beneden. Het AMC is net een klein dorp, met drie restaurants, een echte bistro, een Albert Hein, een postkantoor, boekhandel, een bank, een grote internethoek, en een kunstgalerie.  Beneden zou je bijna vergeten dat je in een ziekenhuis bent, zoveel gezelligheid valt er op de twee pleinen te beleven.
Boven in de verpleegtorens is de sfeer heel anders. Ik word opgenomen op G5 Zuid, plastische- en vaatchirurgie en krijg dezelfde kamer als de vorige keer tijdens mijn opname. De sfeer op de verpleegafdelingen is de laatste tien jaar erg veranderd. Op deze afdelingen zijn tien jaar bezuinigen op de gezondheidszorg zichtbaar en voelbaar. Zo zijn er twee kamers op de afdeling niet meer in gebruik; deze doen nu dienst als opslagruimte en draaien de verpleegkundigen nog maar op halve kracht. Er waren avonden dat er twee verpleegkundigen op de afdeling waren, die zestien patiënten moesten verplegen, en dan raar opkijken als er medische fouten worden gemaakt door het personeel. Regelmatig had ik verpleegkundigen van een andere afdeling aan mijn bed, omdat het bij hun op de afdeling zo stil was, dat ze wel even bij konden springen. Een hele slechte ontwikkeling natuurlijk. De werkdruk moet omlaag en de handen weer terug aan het bed. Ik zie Wouter Bos tijdens de verkiezingen nog staan op zijn rode PvdA kistje om overal in het land te verkondigen: “Dat dit land zoveel beter kan”, helaas is hij de gezondheidszorg en het onderwijs vergeten als eerste te verbeteren. Nu hijzelf vicepremier is zou ik zeggen: “Wouter, dit land kan niet veel slechter en daar moet je echt snel wat aangaan doen, anders houdt de PvdA helemaal geen zetels meer over in de Tweede Kamer.” 

De dag van de opname is altijd een hangdag. Je ligt de hele dag te wachten op de dingen die komen gaan, maar er gebeurt eigenlijk niets. Om twaalf uur was ik door het ambulancepersoneel in bed gelegd en dat was samen met de aanvraag van mijn Hospitaal-televisie en mijn lunch wel het hoogtepunt van die middag. Af en toe kwam er een assistent-arts op mijn kamer, die iedere keer als hij mij wilde gaan onderzoeken, zijn sein hoorde afgaan, wat betekende dat hij ergens in het ziekenhuis harder nodig was en dus verliet hij, met excuses, weer mijn kamer. Tot zes uur die avond gebeurde er helemaal niets. Ik had eigenlijk al opgegeven nog iemand van de medische staf te zien, maar daar had ik mij toch echt in vergist.  Ineens was het een gaan en komen van witte jassen. Er werden vier(!) buizen bloed geprikt, de assistent-arts werd niet meer weg gepiept en zelfs mijn eigen Plast Met De Gouden Handjes (PMDGH) kwam nog even naar mij kijken. Helaas schrok zij wel een beetje van mijn wonden en de conditie van mijn huid. Op onverklaarbare wijze waren deze alleen maar dieper geworden en de wond op mijn stuit bleek ook veel ernstiger dan verwacht. Al met al zag het er toch allemaal zorgelijker uit dan verwacht en dat baarde de PMDGH toch wel zorgen. Als laatste kwam de anesthesist nog even langs, die de laatste details nog even met mij doorsprak, zodat ik morgen goed voorbereid de operatie in zou gaan.

Die nacht sliep ik samen met mijn goede vriend 112 redelijk. 112 sliep bij mij omdat de verpleging in het AMC mijn beademingsmasker niet op mag zetten. Aangezien dit een voorbehouden handeling is, mogen alleen verpleegkundigen, die hier een aantekening voor hebben, dit doen. Verder mocht 112 die middag met mij mee naar de OK. Omdat ik lokaal verdoofd zou worden had de PMDGH het goed gevonden dat 112 bij de operatie mocht zijn om mij te ondersteunen en waarnodig af te leiden tijdens de ingreep. 112 had jaren op de afdeling plastische chirurgie gewerkt en kende de PMDGH dus heel goed.

Om half twee die middag werd ik door twee verpleegkundigen en 112 naar de OK gebracht, waar ik eerst op de pre verkoever kamer werd neergelegd en moest wachten tot ik aan de beurt was. Ondertussen werd 112 in een groen operatiepak gehesen en ik moet zeggen, het stond hem helemaal niet slecht. Vooral de plastik muts  stond hem heel goed.

Om half drie kwam de PMDGH mij eindelijk halen en nadat het hele operatiepersoneel van OK 15 via een Bijenkorfstem inclusief gong, die over alle intercoms van de OK schalde, zich had verzameld, kon de operatie beginnen. De sfeer tijdens deze operatie was een stuk rustig dan tijdens mijn vorige ingreep. Allereerst waren er nu van te voren duidelijke afspraken gemaakt over de lokale verdoving en ten tweede was de ingreep een stuk ingewikkelder dan de vorige keer. Dit merkte ik ook aan de PMDGH, die veel stiller was dan tijdens de vorige operatie, toen ze hele verhalen tegen mij vertelde. De ingreep was niet alleen ingewikkelder, maar ook veel zwaarder. De chirurgen moesten veel dieper snijden en er moest een spier van mijn bovenbeen komen, die de diepe decubituswond moet opvullen.  Dit was een stuk pijnlijker dan de vorige keer. Gelukkig schoot mijn bloeddruk niet erg omhoog. Dit is een teken dat mijn pijngrens, die ik natuurlijk zelf niet voel, is bereikt en dat de PMDGH moet stoppen met snijden. Wel had ik wat spasmes in mijn armen en transpirerende ik aan de linkerkant van mijn gezicht liters vocht, wat duidelijk aangeeft dat er aan de rechterkant van mijn lichaam pijnprikkels worden doorgegeven, wat logisch is als iemand er met een mes in zit te schrapen en snijden. Na twee uur zweten en spasmes was het voorbij. De wond was dicht en gehecht en nadat ik met een warme handdoeken was afgedroogd, en de verpleging mij warm had ondergestopt werd ik in mijn bed naar de High Care gereden, waar de monitor mijn bloeddruk nog even in de gaten moest gehouden. Ten opzichte van de vorige keer was de ingreep een stuk zwaarder geweest, maar het feit dat ik niet onder algehele narcose hoefde en het lokaal verdoofd kon worden is zoveel beter voor mijn longen, dat ik dit er graag voor over heb.

Om zes uur was ik weer op mijn kamer, waar mijn ouders ons al stonden op te wachten. Ik was heel blij dat 112 erbij mocht zijn. Het is toch heel prettig als er een bekend gezicht bij je bed staat als je het zwaar hebt. 112 kon mij af en toe een beetje afleiden en gaf regelmatig mijn bloeddrukwaarde door, waarmee hij aangaf dat het goed ging. Moe nam 112 om zeven uur die avond afscheid van mij. De komende nachten zou Ma-Cobus verantwoordelijk zijn voor de ademhaling van Cobus.

Tijdens de OK was dankzij 112, die terloops, na de binnenkomst van mijn bloedonderzoek, naar mijn suikerwaarde vroeg, een te hoge suikerspiegel geconstateerd. Dit zou wel eens de oorzaak van al mijn problemen kunnen zijn. Mensen met een te hoog suikergehalte in hun bloed genezen heel slecht en dat is bij mij zeker aan de orde.
Aangezien de artsen op de OK druk bezig waren met hun voorbereiding, was hen dit tijdens de operatie ontgaan. Dus toen de ploeg plasten de volgende morgen aan mijn bed stond, bracht ik dit gelijk naar voren. Vanaf dat moment gingen alle alarmbellen rinkelen in het AMC. Ik werd om de twee uur in mijn vinger geprikt om de hoogte van mijn suiker te meten. Die was hoog; tussen de 16 en de 20 en voordat ik het wist had ik een insulinespuit in mijn buik en twee pillen erbij. Al snel stond er een internist aan mijn bed, die mij de gevolgen van diabetes 2, want dat scheen ik te hebben, kwam uitleggen. Voorlopig moest ik blijven spuiten en slikken. Een 24uur durende insuline om vijf uur en één tabbeltjes voor het ontbijt en diner. Langzaam maar zeker zakte de suikerwaarde in mijn bloed weer naar redelijk normale waarden. De PMDGH was opgelucht dat er eindelijk een oorzaak voor mijn problemen was gevonden. Zij wist zeker dat mijn wonden, nu de suiker onder controle was, veel makkelijker en beter zouden genezen.
 
Het enige wat Ma-Cobus nu nog moest leren was prikken. Na een twee uur durende cursus bij de diabetesverpleegkundige, kwam mijn moeder vol trots terug met een doosje vol naalden en suikermeetapparatuur. Nadat ook ik een uitgebreide informatierondje kreeg van de diabetesverpleegkundige, het ging nu vooral over mijn dieet, geen lekkere dingetjes meer voor Cobus, geen chocolade of taartjes van “de Lange”, één van de beste banketbakkers van Nederland. Daar gaan mijn onderkinnen! Verder moest Ma-Cobus een keer op mij oefenen, met een prik in mijn vinger, om de suikerwaarde te testen en mocht zij proefspuiten in mijn buik met een, voor deze keer met water gevulde, insulinepen. Nadat dit allemaal goed was verlopen nam de diabetesverpleegkundige afscheid en waren wij vanaf nu op elkaar aangewezen. Na een lastig start, de prikpen om mijn suiker te meten, is volgens ons ontworpen door een hoogbegaafde ingenieur, heel mooi maar ook heel onpraktisch, gaat het prikken inmiddels heel makkelijk.

Gelukkig hebben wij de suiker onder controle. De waarde van mijn suiker is niet meer boven de tien geweest en dat is prachtig. Inmiddels ben ik al weer twee weken thuis en de geopereerde wond gaat geweldig. Toch is dit niet de laatste Cobus vanuit het AMC. Mijn PMDGH belde mij vanmorgen en stelde voor om de stuit toch ook maar operatief te sluiten, zij denkt niet dat de wond vanzelf dicht zal gaan en om verdere ellende te voorkomen gaat zij opnieuw opereren en dus… sta ik vanaf vandaag opnieuw op de OK-lijst in het AMC en komt er nog minstens één avontuur uit deze medische pretfabriek, maar dat wordt echt de laatste.

Als alles goed gaat is Cobus aan het begin van de zomer, met geheel vernieuwde billen, weer helemaal back!!!

Wordt vervolgd…