Warning: A non-numeric value encountered in /home/stud2676/public_html/cobusinzijnfokus.nl/wp-content/themes/Divi 2/functions.php on line 5806

Vorige week was Cobus in Madrid, een welverdiend tripje, na twee jaar meer in bed te hebben doorgebracht, door mijn decubiteswond, dan in de rolstoel Hoewel het wondje op mijn stuit er nog niet echt goed uitziet, kreeg ik toch groenlicht van mijn Plast Met De Gouden Handjes, die ook vond dat deze trip, in ieder geval voor mijn geestelijk welzijn wel eens bevorderlijk zou kunnen werken en met een beetje geluk, zou dit weleens over kunnen slaan op mijn wond. Een gezonde geest in een gezond lichaam, is immers de uitdrukking en dit ging Cobus dus afgelopen weekend in Madrid eens in de praktijk brengen.

Om precies één uur die donderdagmiddag stijgt het KLM toestel op vanaf Schiphol, om precies twee uur later te landen op het vliegveld van Madrid. Aan boord van dit toestel, natuurlijk Cobus, die weer met nodige til- en smijtwerk keurig op de middelste stoel zit; op rij zes, naast mijn vriend 1-1-2 en mijn broer Pluisje. Op rij twintig zit de rest van de groep, Aal, Bakker, Scheve Bek en De Yup. Een mannenweekend dus. Van donderdag tot en met maandag gaan wij Madrid onveilig maken, inclusief het opsnuiven  van een stukje cultuur en een wedstrijd van de Koninklijke tegen Alméria.

De vlucht verloopt heel voorspoedig, al wordt Pluisje gestoord van één van de stewardessen, die zoveel belangstelling voor ons groepje toont, en dan vooral hoe dat allemaal gaat met Cobus in Madrid, dat hij er gek van wordt. Als de stewardess vertelt, dat zij maandag ook weer terugvliegt en het geweldig vindt dat de jongens Cobus meenemen, wordt Pluisje niet goed.

Als de rolstoel veilig boven aan de Gate staat en alle losse stukken gelukkig nog allemaal blijken te passen, altijd spannend als je vliegt; (in welke staat de rolstoel uit het bagageruim komt), en wij onze koffers van de band hebben gehaald, kunnen wij eindelijk naar ons appartement. In Madrid hebben ze, net als in Barcelona een Airport-Bus, die je van het vliegveld naar de stad brengt. Gelukkig is deze bus rolstoeltoegankelijk, dus de reis naar het centrum verloopt voorspoedig. Tot de bus ineens ondergronds verdwijnt en niet verder rijdt. Het is de bedoeling dat wij vanaf hier verder gaan met de metro, geen probleem natuurlijk. Pluis koopt de kaartjes en 1-1-2 en ik nemen de lift naar het metrostation, vier verdiepingen lager. Bij de tourniquet staat een vervaarlijk uitziende Spanjaard, die weigert om het klaphekje voor Cobus te openen en mij per se met rolstoel en al door de tourniquet wil duwen, wat natuurlijk niet lukt en dus doet hij steunend en kreunend het hekje open en staan wij even later op het perron.  Onze Metrolijn blijkt nog één verdieping lager te zijn. Helaas is er nu geen lift, wel een steile trap, die de jongens wel aandurven, maar ik vind het echt te eng en dus kunnen wij via diezelfde weg weer terug. Dus ook weer langs de vervaarlijk uitziende man, die een hevige aanvaring krijgt met Pluisje, die de man in duidelijk Spaans te verstaan geeft dat hij ons wel even had kunnen waarschuwen voor de trap. De man schreeuwt nog harder terug en aangezien hij handboeien, een boel strepen op zijn jas en een  gummiknuppel aan zijn broeksband heeft hangen, bindt Pluis toch maar in.

[nggallery id=1]

Daar staan wij dan; midden in Madrid, een uur lopen van ons appartement, gestremd door een niet toegankelijk metrostelsel. Dus gaat Pluis een rolstoeltaxi regelen, die inderdaad na een half uur verschijnt. Helaas, de rolstoeltaxi is gebouwd op kleine Spanjaarden en ik pas er zeker niet in. Daar weet de chauffeur wel een oplossing voor. Voor ik het weet heeft hij mijn rugleuning in de ligstand gegooid en duwt hij mij gestrekt zijn taxi in, waar ik ‘shocking-klem’ kom te zitten tussen de vloer en het dak van de taxi – mijn hoofd raakt nog net de binnenverlichting wat het er niet comfortabeler op maakt. De rest van de groep vindt dat het kan, tenminste als de chauffeur rustig rijdt en hobbels vermijdt en dus zit ik als een worst vacuüm gezogen in de taxi en stoot ik bij iedere hobbel mijn hoofd tegen de verlichting. Geen van de jongens lijkt zich hier erg druk over te maken. Het enige dat zij doen, is deze rit en mijn onbeholpen en rood angelopen hoofd, met digitale camera’s vastleggen voor het nageslacht. Gelukkig duurt het ritje maar een klein half uur en ben ik met een lichte hersenbeschadiging, eindelijk op de plaats van bestemming.

Ons appartement is schitterend. Een hal zo groot als een balzaal, met vier pilaren. Een grote
woonkamer, keuken, eetkamer, vier ruime slaapkamers en drie badkamers!

Ruim genoeg dus voor zeven personen. Dat de Spanjaarden een iets ander ruimtelijk inzicht hebben dan wij, blijkt niet alleen uit de taxi, maar ook uit de lift in ons appartement. De lift kan zo uit een Hitchock film komen, met een ijzeren hek en glazen klapdeuren, waarachter in de Hitchcock film altijd het plaats delict is, die helaas naar binnen opengaan. Probeer die nog maar eens dicht te krijgen als je in de lift staat geparkeerd met een rolstoel. Volgens het verhuurbedrijf is de lift groot genoeg; inderdaad, als de deuren naar buiten zouden klappen en dus… sta ik na de metro en de taxi, voor een derde opstakel in Madrid. Gelukkig blijkt De Bakker een fan van Uri Geller en had hij via zijn shows op SBS6 gezien wat je allemaal met lepels kunt doen. Nou, dat is niet alleen buigen, maar ze geleiden ook stroom. De Bakker hangt de lepels in het contact waar normaal gesproken de liftdeuren in dichtklappen, zodat het net lijkt of de deuren dichtzitten en inderdaad de lift schiet omhoog, via de lepels en zonder dat de liftdeuren gesloten hoefden te worden. Geniaal!

Vanaf nu gaat  De Bakker door het leven als Uri Macgyver, helemaal toen hij ook mijn anti-decubites-matras repareerde, het matras alarmeerde om het half uur luidt, omdat het te weinig druk kreeg, waardoor 1-1-2 en ik geen oog dicht deden, dit kwam door een los slangetje, dat de volgende ochtend keurig is gerepareerd door onze eigen Macgyver.

De eerste avond is het tijd om de buurt te verkennen. Wij zitten in een hele levendige wijk, ‘Chueca’, en dat blijkt ook nog eens dè homowijk van Madrid te zijn. Oeps… en dat met zeven mannen, als dat maar goed gaat. Naar een aantal heerlijk biertjes in een café om de hoek, lopen wij door na de Plaza Mayor; het centrale en indrukwekkende plein van de stad. We eten heerlijk, maar iets te duur en vallen daarna (op 1-1-2 en Cobus na dus) als een blok in slaap

De volgende morgen worden wij gewekt door mijn bedalarm en een heerlijk zonnetje. De lucht in Madrid is staalblauw en de tempratuur loopt al snel op naar twintig graden. Vandaag staan het Retiro park, een heel mooi stadspark dat, volgens onze reisgids qua uitstraling en beleving, verglijkbaar is met het Central Park in New York  en een bezoek aan het Prado museum, op het programma.  Na een heerlijk ontbijt hebben wij een aantal uren doorgebracht, in, het inderdaad, mooie en grootse stadspark van Madrid. Natuurlijk eindigt ons bezoek aan het park op een terras waar wij eerste allemaal bier bestellen en daarna onderleiding van Pluis overgaan op de claro’s  een wijvenbier, aangevuld met lemon..

Op naar het Prado museum aan de overkant. In het Prado (door Macgyver steevast het Prada museum genoemd, voor de schoentjes en de tasjes, komt het door onze wijk?), schijnt één van de belangrijkste werken van Picasso,  Het bombardement op Guernica, te hangen. Helaas blijkt dit meesterstuk al sinds  1992  niet meer in dit museum te bewonderen, maar daar komen wij pas achter als wij al lang en breed door de beveiliging  zijn gegaan en midden in de hal van het museum staan en de folder ons alleen maar 15- en 16de eeuwse meesterwerken belooft. De schilderijen zijn mooi, maar ook donker onheilspellend depressief en vol met oorlog en geweld en op veel doeken speelt de kruisiging van Christus een hoofdtol. Tot grote schrik van Pluis, die een vergelijkbaar schilderij van Jezus, dat jaren boven de bank van onze grootouders heeft gehangen en pas geleden door hem bij het grofvuil is gezet, ineens hier aan de muur ziet hangen. Nadat wij nog even langs onze nationale trots: Rembrandt van Rijn zijn gelopen, vinden wij het genoeg. Op naar een terras, lekker in het zonnetje.

De rest van de namiddag brengen wij door op het St. Annaplein. Een  heel gezellig plein, met heel veel terrasjes in de warme zon. Hier eten wij, in een door Aal uitgekozen tapas restaurant, waar wij aan ronde biertonnen mogen aanschuiven en gek worden van het geschreeuw van de ober, die iedere bestelling luidt door het restaurant richting zijn keukenbrigade schreeuwt. Wij eten heerlijk en drinken onze eerste kannen sangria.

Hierna haken 1-1-2 en ik af. De rest gaat het nachtleven van Madrid verkennen onderleiding
van Macgyver. Eerst gaan ze naar Het Penthouse, waar ze heerlijk loungen en daarna vertrekken ze naar een soort biergrot, waar zij de nodige biertjes drinken. Om vier uur ligt iedereen weer in bed.

Zaterdagmorgen nemen wij de rode lijn route van de ‘Madrid Vision’, een dubbeldek bus, die je langs alle bezienswaardigheden van de stad brengt. Natuurlijk stopt deze bus ook bij ieder cultureel hoogtepunt van de stad, hier kun je dan uitstappen om het te gaan bezichtigen en aangezien de bus een plateau lift heeft voor een rolstoel is het een ideaal vervoermiddel. Na een minder geslaagd ontbijt, gehaald door de jongens bij de Amerikaanse koffieketen Starbucks, bij ons om de hoek en de nodige sloten Starbucks koffie, is iedereen klaar voor de culturele bustrip. Wij gaan met de bus naar het Koninklijk paleis, dat al jaren niet meer wordt bewoond door de Koninklijke familie en nu een museum is geworden. Het paleis ligt aan het Plaza Real – één van de bezienswaardigheden van Madrid. Via een lange route door het oude gedeelte van de stad, komen wij na een klein uur aan bij het paleis. Aal en Macgyver, die samen met De Yup en Scheve Bek bovendeks genieten van de Spaanse zon, hebben op de kaart gezien dat de bus voorbij het paleis een kleine lus maakt en dan opnieuw stopt bij het paleis. Hun voorstel is om deze lus, met nog wat bezienswaardigheden, mee te pakken en daarna pas uit te stappen. Nadat iedereen hiermee heeft ingestemd gaat het mis. Door een verkeersongeval kan de bus deze lus niet maken, waardoor de bus dus niet terugkeert naar het paleis. Er zit niet anders op dan de hele route nog een keer te maken, om toch bij het Plaza Real te komen. Na bijna twee uur hobbelen in de bus komen wij eindelijk aan op onze bestemming, waar wij ons op het eerste en beste terras stortten voor de nodige drank en broodjes.

Het heerlijke weer, de drank, het eten en een Spaanse trouwerij voor onze neus op het plein geeft iedereen weer genoeg energie voor een bezoek aan het paleis en de naast gelegen kerk.

In de namiddag pakken wij een terras in een klein straatje, waar wij hele grote pullen bier krijgen en Pluisje een Nederlands echtpaar redt van een opdringerige straatmuzikant, die euro’s wil zien. Aangezien de echtparen alleen papiergeld bij zich hebben, besluiten wij ook voor hen te betalen. Na de uitleg van Pluisje, dat zij alleen papiergeld bij zich hebben,  is de straatmuzikant helemaal niet meer weg te slaan bij de Nederlanders in de hoop zijn slag te slaan. In de avond eten wij opnieuw heerlijke tapas. Die nacht loungen wij opnieuw in Het Penthouse en vermaken Macgyver en Pluisje zich, tot in de late uurtjes, in één van de hipste tenten van Madrid.

Zondag is de dag van de wedstrijd. Real Madrid tegen Alméria. De wedstrijd begint om vijf uur en vanaf drie uur kunnen wij de kaartjes ophalen bij Toren B. De kaartjes zijn geregeld via een broer van kennissen van mijn ouders, die al jaren in Madrid woont.
Het stadion van Real Madrid is aan de buitenkant al indrukwekkend, laat staan straks van binnen. Buiten het stadion hebben zich al duizenden fans verzamelt, die pratend en zingend de tijd doorbrengen.

Om drie uren halen wij de kaartjes op, die inderdaad keurig op mijn naam bij de kassa van Toren B liggen en gaan wij richting de fanshop van Real, er moesten immers souvenirs worden gekocht. Helaas bleek de weg naar de fanshop afgezet met dranghekken, waar een paar honderd supporters van Alméria achter stonden te wachten op de komst van de spelersbus van hun club. Zodra de politie escorte, die de rode spelersbus voorafgaat, de hoek om komt rijden, klinkt er een staande ovatie, die ons kippenvel bezorgt.

In de fans shop kopen wij shirts en petjes, waarna wij buiten voor de winkel de ‘traditionele’
groepsfoto laten maken van ons zevenen.

Hier nemen 1-1-2 en ik afscheid van de rest, op de gehandicapten plaats mag maar één begeleider mee. Hier zijn wij tweeën niet zo rouwig om, aangezien Macgyvert bij een stalletje een toeter, die ongelofelijk veel herrie maakt, heeft gekocht.

Het stadion Bernaubéu is ook van binnen indrukwekkend. 1-1-2 en ik zitten op het veld, achter het doel en voelen ons heel klein, zo omringd door de hoge tribunes.

De wedstrijd is mooi, zeker de tweede helft speelt Real Madrid goed voetbal, met een uitblinkende Robben en twee doelpunten van Huntelaar wordt het 3-0 voor Real, in een wedstrijd waarin Sneijder een ongelukkige partij speelt en van de Vaart alleen maar warm loopt langs de zijlaan.

Ook in dit stadion merken wij, net als in Barcelona, hoe relaxt de Spaanse supporters zijn, ten opzichte van de Nederlandse. Iedereen blijft rustig zitten en de harde kern van Madrid komt pas los in de tweede helft, met vlaggen, toeters en trommels als Madrid hun kant op speelt. Al met al een hele ervaring, om een keer een wedstrijd te hebben meegemaakt van de grootste club van de wereld.

Die avond eten wij voor de laatste keer tapas op St. Annaplein. Wij nemen alles van de kaart en het smaakt heerlijk. Als wij teruglopen naar het appartement gaan wij nog even met een paar koeien van de Cow Parade op de foto, waarna iedereen moe zijn bed induikt.

Maandag worden de koffers ingepakt en nemen wij afscheid van Scheve Bek en Macgyver, zij nemen een vlucht eerder naar Amsterdam. Pluisje regelt bij de portier van ons appartement, volgens ons een echte Spaanse Melkertbaan, een taxibus in plaats van die Callimero taxi van de heenweg. De portier geeft ons vier lepels terug, die wij kwijtwaren geraakt tijdens mijn vervoer omhoog. De lepels blijken toch niet zo erg stevig te hangen als gedacht en dus verloren wij er onderweg nog wel eens een paar, die prompt, via een mooie stuiter, zo de liftschaft invlogen en De Yup het ergste doet vrezen voor zijn borg.

Na een heerlijke lunch op een terras, nemen wij afscheid van Madrid. Wij hebben vijf heerlijke dagen gehad. Gelukkig staat dezelfde taxi voor de deur om ons naar het vliegveld te brengen. Er schijnen in Madrid geen rolstoelbussen te bestaan. Ik besluit nu zelf het heft in handen te nemen en ga met mijn neus tussen mijn knieën de taxi in en heb hierdoor wat meer ruimte. De rit is iets comfortabeler, maar ik stoot toch nog een aantal keren mijn hoofd hard tegen het dak van de taxi.

Op het vliegveld hebben wij nog een klein probleempje bij de controle. Er blijkt nog een mes in mijn beademingstas te zitten, waarschijnlijk een souvenir van een vorige reis. Het mes is de controle bij Schiphol gewoon doorgekomen, laten ze dat maar niet horen bij het programma ‘Undercover’ van SBS6. Ik zie Alberto Stegeman, al weer hijgerig met zijn verborgen camera, waar alleen maar onduidelijke beelden opstaan, triomfantelijke het mes langs de security van Schiphol loodsen.  Gelukkig zien wij er betrouwbaar uit en mogen wij door.

De vlucht verloopt rustig, met gelukkig een andere bemanning voor Pluis, die wel aangenaam wordt verrast als hij wordt herkend door de stewardess met wel vijf strepen. Het blijkt een oud klasgenootje te zijn van de middelbare school. Helaas staat zij in de business class, en kan zij niet even bij babbelen met Pluisje over hun wilde tijd op het KKC. Wat zij later, wanneer wij in het vliegtuig wachten op mijn rolstoel en de tilploeg, ruimschoots goedmaakt. Bij de lift neemt Pluisje afscheid van haar en gaan wij op weg naar onze koffers en zij naar haar volgende vlucht richting Zurich, wat een baan.

Leuk hoor een oude klasgenoot als stewardess, maar dat haalt het niet bij Scheve Bek en Macgyver, die terugvlogen met Sylvie en Rafael van der Vaart.

Thuis blijken mijn billen deze reis aardig te hebben doorstaan, mede door de goede zorg van mijn goede vriend 1-1-2.  Een paar dagen bedrust om de boel te herstellen is echter wel nodig.