Warning: A non-numeric value encountered in /home/stud2676/public_html/cobusinzijnfokus.nl/wp-content/themes/Divi 2/functions.php on line 5806

Nu het zitschema van Cobus steeds langer wordt, (ik zit nu al bijna acht uur) beleef ik ook steeds meer avonturen buitenshuis en dat is maar goed ook. Nu ik weer mobiel ben merk ik pas dat, terwijl ik maar binnen op mijn bed lag, de buitenwereld is blijven doordraaien en dus niet op Cobus heeft gewacht. Alles en iedereen is gewoon zijn gang blijven gaan en ik ben blij dat ik weer onderdeel mag zijn van de dagelijkse dingen in het leven. Helemaal omdat ik mijn leenbus definitief toegewezen heb gekregen van de Wmo. Echt geweldig. De Gemeente Amstelveen heeft zich opnieuw van zijn beste kant laten zien, dus grote complimenten voor de medewerkers van de afdeling Wmo. De drie jaar oude Citroën Jumperbus wordt nog voorzien van een cabineairco en een kachel en dan kan ik er zeker weer acht jaar mee voort. Tenminste, als kortsluiting geen roet in de kabels gooit!


Eén van de eerste uitjes was de “Tweede BBQ der vrienden”, de zomerse tegenhanger van het “Kerstdiner der vrienden”, wat al vijftien jaar traditiegetrouw wordt georganiseerd op de zaterdag voor kerst en waar ongeveer vijfentwintig vrienden aanschuiven aan een heerlijk vier gangen kerstdiner. De barbecue wordt gehouden in het Amsterdamse bos en het leuke van deze barbecue is dat ook de kinderen der vrienden meekomen. Het is een mooi gezicht om de ongeveer dertig nakomelingen over het grasveld te zien rennen en met elkaar te zien spelen. Natuurlijk had Cobus ook weer veel bekijks. Een rolstoel blijft voor kinderen toch iets heel interessants en de reden waarom ik in deze stoel zit blijkt ook een vraag te zijn, die op de kleine lipjes brandt. Ja, Cobus doet het goed bij de kleintjes, helemaal als blijkt dat mijn rolstoel naast een motor, ook nog verlichting blijkt te hebben en een echte toeter. Hoe begaan de kinderen met mij waren bleek wel tijdens het afsluitende potje voetbal tussen de ouders en de kinderen. Eén van de kinderen, die het schijnbaar zo zielig voor mij vond dat ik niet mee kon doen, vroeg of ik samen met haar op doel wilde staan. Ik kon geen nee zeggen tegen dit mooie aanbod, maar al snel had ik spijt van deze toezegging. Kinderen zijn lief, maar ook meedogenloos en voor ik het wist haalde één van de koters, die alleen voor mijn doel kwam, zo hard uit, dat de bal omhoog vloog en keihard op mijn kin terecht kwam waarna, de bal zo het veld weer in vloog, waar twintig kinderen alleen nog maar oog hadden voor de bal en zich totaal niet bekommerde over de gesteldheid van mijn kin. Gelukkig had een deel van mijn kinbesturing de klap opgevangen en heb ik meerdere kinnen en viel het dus allemaal wel mee, maar het leek mij toch verstandiger het strijdtoneel te verlaten, om erger te voorkomen. Al met al was het, mede door het onverwachte mooie weer, een heel geslaagde dag, die de komende jaren ook zeker gaat uitgroeien tot een echte traditie.

Een aantal dagen later was ik samen op weg naar het huis van mijn goede vriend 112 in Amsterdam-West. Hij had mij uitgenodigd om een hapje bij hem te komen eten. Nadat 112 mijn bus met ware doodsverachting had geparkeerd aan de waterkant van de Kostverlorenkade, liepen wij richting zijn huis. Aan de andere kant van de straat kwam een man met een grote snor, die geheel rond zijn oren groeide, ons wankelend en zwaaiend tegemoet. De man met de snor stelde zich van veraf al voor als de portier van Café Nol, altijd lol, in ruste en schreeuwde in diezelfde zin, nadat hij mij schijnbaar goed  had aanschouwd; “dat het helemaal niet erg is dat ik in een rolstoel zit, aangezien hijzelf een beetje doof is en dus ook een handicap heeft.” Nadat de man met de snor dichterbij was gekomen wilde hij  toch wel eens weten hoe Cobus helemaal vanuit Amstelveen in West terecht was gekomen. Nadat 112 hem had uitgelegd dat hij mij met mijn bus had opgehaald, wil de snor graag weten of ik zelf kan rijden. Toen 112 hem attent maakte op mijn armen, die toch echt verlamd zijn, regeerde De Snor een beetje gepikeerd en op een toon die weinig tegenspraak duldde, zei hij: “het kan toch zijn dat hij die auto met zijn benen kan besturen”.

Mijn vriend 112 probeerde het gesprek snel een andere wending te geven en vroeg quasi geïnteresseerd waar De Snor zojuist vandaan kwam. De Snor kwam net uit de Jordaan, daar was hij nu eenmaal geboren en getogen en aangezien hij hier in West zijn Jordaan en vele vrienden erg miste bracht hij hen iedere zondag een bezoek. De Snor had daar een bezoekje gebracht aan zijn vijftien vrienden, die ‘helaas’ allemaal in het bezit van een kroeg bleken te zijn en hem natuurlijk uitgebreid trakteerde op de nodige biertjes. Dacht Cobus eerst nog dat de wankele tred van de man misschien iets met zijn evenwichtsorgaan te maken had, maar dat bleek dus de alcohol te zijn. De Snor moest nu echt verder. Op zondag kookte hij altijd voor moeder de vrouw en die kon hij natuurlijk niet laten wachten. Hij had trouwens het eten bij zich. In zijn rechterhand hield De Snor inderdaad een grote plastictas vast, met twee dozen magnetronvoer. “Even in de magnetron; vijf minuutjes opwarmen en klaar is Kees” zei De Snor met een onvervalste Jordaanse dubbele tongval. Joviaal sloeg hij Cobus als afscheidsgroet op de schouders, terwijl hij langzaam neuriënd: “Bij ons in de Jordaan” richting zijn huis sjokte om de magnetronmaaltijd naar zijn vrouw te brengen.   

Cobus heeft er een vriend bij voor het leven. Lang leve café Nol, altijd lol!

Wordt vervolgd…